Gedrag & ontwikkeling

Wat kunnen ouders/verzorgers verwachten?

Het gedrag

In de babyfase zijn de kinderen vaak stil en afwachtend. Op latere leeftijd zijn ze veelal vriendelijk en opgewekt. Ze staan open voor contact. Vooral in oppervlakkige contacten zijn ze makkelijk en vrij (soms wel eens te vrij). Ze kunnen heel spontaan en natuurlijk reageren. Aan de andere kant kunnen ze behoorlijk koppig zijn, maar over het algemeen zijn de kinderen coöperatief en hun sociaal gedrag is goed ontwikkeld. Zelfverzorging, spelletjes e.d. zijn hen goed aan te leren. Ze kunnen moeilijk hun aandacht bij een onderwerp houden. Dit maakt dat hun opvoeders, naast geduld, veel doorzettingsvermogen nodig hebben. Vroeghulp en Praktische Pedagogische Gezinshulp (PPG) kunnen veel steun bieden aan ouders.

Verstandelijke ontwikkeling

De verstandelijke ontwikkeling verloopt langzamer dan gebruikelijk. Vroeger werd wel gedacht dat alle kinderen met RTS een ernstige verstandelijke handicap hebben. De variatie blijkt echter heel groot te zijn. Sommige kinderen weten zich, met wat extra aandacht, goed te handhaven op een gewone crèche of peuterspeelzaal. Ander kinderen echter kunnen zich, vooral wanneer de motorische ontwikkeling en lichamelijke groei sterk achterblijven, in een groep leeftijdgenootjes soms onvoldoende handhaven. Dan zullen hun ouders eerder kiezen voor een kinderdagverblijf voor kinderen met een verstandelijke handicap. Nagenoeg alle kinderen met RTS gaan naar school binnen het speciaal onderwijs.

De ontwikkeling van taal en spraak

De kinderen begrijpen vaak veel meer dan zij via gesproken taal kunnen uiten (dysfasie). De spraakontwikkeling komt laat op gang. De kinderen zeggen hun eerste woordjes tussen het tweede en vierde jaar of soms nog wat later. Wanneer ze zich niet begrepen voelen, kunnen ze gefrustreerd raken waarbij boosheid en driftbuien de uitingsvormen zijn. Daarom is het belangrijk om een andere manier van communiceren te zoeken, b.v. gebaren of pictogrammen. (Preverbale) logopedie kan goede hulp bieden.

De lichamelijke ontwikkeling

De problemen met eten en drinken kunnen tot lang in peuter en kleuterleeftijd aanhouden, maar gaan uiteindelijk vanzelf over. Wel blijft verslikken en braken een zwak punt bij de kinderen.

Motoriek en zelfredzaamheid

De meeste kinderen leren tussen hun eerste en tweede jaar zitten en kruipen. Tussen hun tweede en vierde jaar leren ze lopen. Hun manier van lopen is doorgaans wat houterig. Ook de ontwikkeling van de fijne motoriek verloopt langzaam. Hierdoor zijn allerlei zelfredzaamheidvaardigheden zoals zichzelf aan- en uitkleden en zelfstandig eten veel moeilijker onder de knie te krijgen. Begeleiding van een (kinder)fysiotherapeut kan hierbij tot goede resultaten leiden.

 

Sponsoren

Banner

Online doneren